direct naar inhoud van Artikel 5 Agrarisch - Dienstverlenende bedrijven
Plan: Roodbeenweg 17, Professor Zuurlaan 22, Boudewijnlaan 19 en 21 (9011)
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0303.00000000009011

Artikel 5 Agrarisch - Dienstverlenende bedrijven

 

5.1.        Bestemmingsomschrijving

De voor “Agrarisch – Dienstverlenende bedrijven” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    bedrijfsgebouwen ten behoeve van agrarisch dienstverlenende bedrijven, al dan niet in combinatie met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering;

b.    bedrijfswoningen;

c.    bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen;

alsmede in beperkte mate voor:

d.    wegen en paden;

e.    water;

met de daarbijbehorende:

f.     tuinen, erven en terreinen;

g.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

5.2.        Bouwregels

 

5.2.1.   Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.    per bestemmingsvlak mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van één agrarisch dienstverlenend bedrijf worden gebouwd;

b.    het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per agrarisch dienstverlenend bedrijf bedragen;

c.    de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen zal per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan 20% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak met een maximum van 2.000 m², tenzij de bestaande gezamenlijke oppervlakte meer bedraagt dan 2.000 m², in welk geval de gezamenlijke oppervlakte niet meer zal bedragen dan de bestaande gezamenlijke oppervlakte;

d.    de afstand van bedrijfswoningen tot de naar de weg gekeerde grens/grenzen van het bestemmingsvlak zal ten minste 15,00 m bedragen;

e.    de afstand van bouwwerken tot de niet naar de weg gekeerde grenzen van het bestemmingsvlak zal ten minste 10,00 m bedragen;

f.     vrijstaande bijgebouwen bij een bedrijfswoning zullen volledig binnen een afstand van 25,00 m vanuit het dichtstbijzijnde punt van de bedrijfswoning worden gebouwd;

g.    de bedrijfsgebouwen, bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen zullen achter de naar de weg(en) gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoning dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd;

h.    de maatvoering van een gebouw zal voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:

 

Functie van een gebouw

Maximale oppervlakte/inhoud

Goothoogte in meters

Dakhelling in °

Hoogte in meters

 

per gebouw

gezamenlijk

max.

min.

max.

max.

Bedrijfsgebouw

-

-

7,00

15*

60

12,00

Bedrijfswoning

1.000 m3

-

7,00

30*

60

12,00

Bijge-, aan- en uit-bouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning

-

120 m2

3,50

-

60

8,00

 

* tenzij er sprake is van een bedrijfsgebouw/-woning op een perceel ter plaatse van de aanduiding “fruitteelt”, in welk geval een bedrijfsgebouw/-woning mag worden voorzien van een plat dak.

 

5.2.2.   Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

a.    de oppervlakte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal, voorzover gebouwd vóór de naar de weg gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoning dan wel het verlengde daarvan, ten hoogste 2 m² bedragen;

b.    de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 10,00 m bedragen;

c.    de afstand van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de niet naar de weg gekeerde grenzen van het bestemmingsvlak zal ten minste 10,00 m bedragen.

 

5.3.        Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het gestelde in bijlage 1, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, waarbij met name rekening zal worden gehouden met de algemene criteria, zoals die zijn opgenomen in bijlage 1 onder 1.12.

 

5.4.        Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het gestelde in bijlage 1, ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 5.2.1. sub h en toestaan dat gebouwen worden voorzien van een plat dak, mits:

a.    deze ontheffing alleen wordt toegepast ten behoeve van de realisering van ondergeschikte tussenstukken ter verbinding van bedrijfsgebouwen onderling dan wel ter verbinding van bedrijfsgebouwen met de bedrijfswoning;

b.    met name rekening wordt gehouden met het gestelde in bijlage 1 onder 1.2.

 

5.5.        Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden en gebouwen voor verblijfsrecreatieve doeleinden;

b.    het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel;

c.    het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning;

d.    het verwijderen van erfsingelbeplanting, indien het niet betreft het in ondergeschikte mate verwijderen in het kader van het normaal onderhoud van de erfsingelbeplanting;

e.    het gebruik van de gronden als erf behorende bij de bedrijfswoningen, buiten een zone van 25,00 m vanaf de zij- en achtergevel(s) van de bedrijfswoningen.

 

5.6.        Ontheffing van de gebruiksregels

Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het gestelde in bijlage 1, ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 5.5. sub b juncto artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening en toestaan dat de gronden en gebouwen worden gebruikt voor de uitoefening van productiegebonden detailhandel, mits:

a.    de bruto verkoopvloeroppervlakte ten hoogste 10% van de gezamenlijke oppervlakte aan bedrijfsgebouwen, met een maximum van 50 m², zal bedragen;

b.    met name rekening zal worden gehouden met het gestelde in bijlage 1 onder 1.7.

 

5.7.        Aanlegvergunning

a.    het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

1.    het wijzigen van de grondsamenstelling en/of het aanbrengen van voorzieningen, waaronder afschermende materialen, ten behoeve van de aanleg van paardrijbakken en/of tennisbanen.

b.    het in lid 5.7. sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die:

1.    het normale onderhoud betreffen;

2.    reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

c.    de in lid 5.7. sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend met inachtneming van het gestelde in bijlage 1, met name het gestelde in bijlage 1 onder 1.5.1 en 1.8.

 

5.8.        Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het gestelde in bijlage 1, het plan wijzigen in die zin dat:

a.    de bestemming "Agrarisch – dienstverlenende bedrijven" wordt gewijzigd in de bestemmingen “Agrarisch”, "Agrarisch – Aanverwante bedrijven", “Bedrijf” of “Maatschappelijk - Zorgboerderij”, mits:

1.    na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de bepalingen van artikel 3, 4, 6 of 7 van overeenkomstige toepassing zijn;

2.    met name rekening zal worden gehouden met het gestelde in bijlage 1 onder 1.10.