direct naar inhoud van Artikel 12 Waarde - Verwachtingsgebied archeologie
Plan: Roodbeenweg 17, Professor Zuurlaan 22, Boudewijnlaan 19 en 21 (9011)
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0303.00000000009011

Artikel 12 Waarde - Verwachtingsgebied archeologie

 

12.1.    Bestemmingsomschrijving

De voor “Waarde – Verwachtingsgebied archeologie” aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de mogelijk te verwachten archeologische waarden.

 

12.2.      Aanlegvergunning

a.      Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de voorschriften bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen:

1.   het ontgronden, afgraven en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur dieper dan 35 cm en over een oppervlakte groter dan 3.000 m², behalve indien deze in het kader van onderzoek naar mogelijke historische vindplaatsen wordt uitgevoerd;

2.   het graven en/of baggeren van sloten, vaarten en andere watergangen dieper dan 35 cm en over een oppervlakte groter dan 3.000 m²;

3.    het aanbrengen van drainage dieper dan 35 cm en over een oppervlakte groter dan 3.000 m²;

4.    het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen, en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 35 cm en over een oppervlakte groter dan 3.000 m²;

5.    het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 35 cm en over een oppervlakte groter dan 3.000 m², behalve indien deze in het kader van onderzoek naar mogelijke historische vindplaatsen worden uitgevoerd.

b.         Het in lid 12.2 sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:

1.    het normale onderhoud betreffen;

2.    reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.

c.         De in lid 12.2 sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de plaats waar de werken en/of werkzaamheden zullen worden uitgevoerd voldoende archeologisch is onderzocht en er een deskundigen advies is ingewonnen, vaststaat dat geen onevenredige afbreuk aan de archeologische en cultuurhistorische waarden wordt gedaan, dan wel dat afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of ontwikkeling van die waarden en eventuele bodemvondsten naar elders zijn overgebracht.