direct naar inhoud van Artikel 11 Wonen
Plan: Roodbeenweg 17, Professor Zuurlaan 22, Boudewijnlaan 19 en 21 (9011)
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0303.00000000009011

Artikel 11 Wonen

 

11.1.    Bestemmingsomschrijving

De voor “Wonen” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    woondoeleinden, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep;

b.    bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen;

met de daarbijbehorende:

c.    tuinen, erven en terreinen;

d.    bouwwerken geen gebouwen zijnde.

 

11.2.    Bouwregels

 

11.2.1. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.    als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd;

b.    per bestemmingsvlak zal ten hoogste één vrijstaand hoofdgebouw worden gebouwd;

c.    de afstand van hoofdgebouwen tot de niet naar de weg gekeerde grenzen van het bestemmingsvlak zal ten minste 10,00 m bedragen, tenzij de bestaande afstand van het hoofdgebouw minder bedraagt dan 10,00 m, in welk geval de afstand niet meer zal bedragen dan de bestaande afstand;

d.    de afstand van de voorgevel van het woonhuis tot de naar de weg gekeerde grens/grenzen van het bestemmingsvlak mag niet minder dan 15,00 m en niet meer dan 25,00 m bedragen;

e.    de inhoud van een hoofdgebouw zal ten hoogste 1.000 m³ bedragen, tenzij de bestaande inhoud meer bedraagt, in welke geval de inhoud niet meer zal bedragen dan 110% van de bestaande inhoud;

f.     de goothoogte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 7,00 m bedragen;

g.    de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten minste 30° bedragen, tenzij er sprake is van een hoofdgebouw op een perceel ter plaatse van de aanduiding “fruitteelt”, in welk geval het hoofdgebouw mag worden voorzien van een plat dak;

h.    de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten hoogste 60° bedragen.

 

11.2.2. Voor het bouwen van bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen:

a.    de bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen zullen achter de naar de weg(en) gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd;

b.    de afstand van de bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen tot de niet naar de weg gekeerde grenzen van het bestemmingsvlak zal ten minste 10,00 m bedragen, tenzij de bestaande afstand van de bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen minder bedraagt dan 10,00 m, in welk geval de afstand niet meer zal bedragen dan de bestaande afstand;

c.    vrijstaande bijgebouwen zullen volledig binnen een afstand van 25,00 m vanuit het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw worden gebouwd;

d.    de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw zal ten hoogste 120 m² bedragen;

e.    de goothoogte van een bijgebouw, aan- of uitbouw en overkapping zal ten hoogste 3,50 m bedragen;

f.     de dakhelling van een bijgebouw, aan- of uitbouw en overkapping zal ten hoogste 60° bedragen;

g.    de bouwhoogte van een bijgebouw, aan- of uitbouw en overkapping zal ten hoogste 8,00 m bedragen.

 

11.2.3. Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

a.    de oppervlakte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal, voorzover gebouwd vóór de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan, ten hoogste 2 m² bedragen;

b.    de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen;

c.    de afstand van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de niet naar de weg gekeerde grenzen van het bestemmingsvlak zal ten minste 10,00 m bedragen.

 

11.3.    Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het gestelde in bijlage 1, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, waarbij met name rekening zal worden gehouden met de algemene criteria, zoals die zijn opgenomen in bijlage 1 onder 1.3.1., 1.3.2. en 1.12.

 

11.4.      Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het gestelde in bijlage 1, ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 11.2.1. sub h en lid 11.2.2. sub f en toestaan dat de dakhelling van hoofd- en bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen wordt verhoogd tot ten hoogste 80°, mits:

a.    met name rekening zal worden gehouden met het gestelde in bijlage 1 onder 1.3.1., 1.3.2. en 1.12.

 

11.5.      Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van woonhuizen in combinatie met bedrijfsdoeleinden anders dan een beroep of bedrijf aan huis;

b.    het gebruik van gedeelten van een woonhuis voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis, indien:

1.    de hieruit voortvloeiende activiteiten vergunningsplichtig zijn in het kader van de milieuwetgeving;

2.    het beroep niet wordt uitgeoefend door één van de bewoners van het woonhuis, waarbij één andere arbeidskracht ter plekke werkzaam mag zijn;

3.    de bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan 40% van het vloeroppervlak van het woonhuis;

4.    de bedrijfsvloeroppervlakte meer dan 60 m² bedraagt;

5.    parkeren niet op eigen erf plaatsvindt;

6.    horeca en detailhandel plaatsvinden.

c.    het gebruik van een woonhuis voor meer dan één woning;

d.    het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning;

e.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatieve doeleinden;

f.     het verwijderen van erfsingelbeplanting, indien het niet betreft het in ondergeschikte mate verwijderen in het kader van het normaal onderhoud van de erfsingelbeplanting;

g.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van agrarische bedrijfsactiviteiten;

h.    het gebruik van de gronden als erf, buiten een zone van 25,00 m vanaf de zij- en achtergevel(s) van de hoofdgebouwen.

 

11.6.    Ontheffing van de gebruiksregels

Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het gestelde in bijlage 1, ontheffing verlenen van:

a.    het bepaalde in lid 11.5. sub a juncto artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening voor het uitoefenen van een beroep of een bedrijf aan huis als genoemd in bijlage 3 bij deze regels, of die naar aard en invloed op de omgeving hiermee vergelijkbaar zijn, mits:

1.    de hieruit voortvloeiende activiteiten niet vergunningsplichtig zijn in het kader van de milieuwetgeving;

2.    de oppervlakte ten hoogste 40% bedraagt van het vloeroppervlak van het woonhuis met een maximum van 60 m²;

3.    de activiteit uitgeoefend wordt door in ieder geval één van de bewoners van het woonhuis, waarbij één andere arbeidskracht ter plekke werkzaam mag zijn;

4.    parkeren op eigen erf plaatsvindt;

5.    geen horeca en detailhandel plaatsvinden;

6.    de inhoud van de Beleidsnotitie “Beleid Beroepen en Bedrijf aan huis”, zoals vastgesteld door de raad van de gemeente tijdens de vergadering van 28 juni 2001 en nadien op 18 augustus 2003 geëvalueerd, aanvullend en beleidsbepalend is;

b.    het bepaalde in lid 11.5. sub e juncto artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening en toestaan dat de gronden en bouwwerken in combinatie met het wonen worden gebruikt voor logiesverstrekking ten behoeve van recreatieve bewoning, mits:

-      met name rekening zal worden gehouden met het gestelde in bijlage 1 onder 1.6.2.

 

11.7.    Aanlegvergunning

a.    het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

1.    het wijzigen van de grondsamenstelling en/of het aanbrengen van voorzieningen, waaronder afschermende materialen, ten behoeve van de aanleg van paardrijbakken en/of tennisbanen.

b.    het in lid 11.7. sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die:

1.    het normale onderhoud betreffen;

2.    reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

c.    de in lid 11.7. sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend met inachtneming van het gestelde in bijlage 1, met name het gestelde in bijlage 1 onder 1.5.1 en 1.8.

 

11.8.    Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het gestelde in bijlage 1, het plan wijzigen in die zin dat:

a.    de bestemming “Wonen” wordt gewijzigd in de bestemming “Agrarisch”, “Agrarisch – Aanverwante bedrijven”, Agrarisch – Dienstverlenende bedrijven”, “Bedrijf” of “Maatschappelijk - Zorgboerderij” waarbij een bouwperceel op de kaart wordt aangebracht, mits:

1.    na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de bepalingen van artikel 3, 4, 5, 6 of 7 van overeenkomstige toepassing zijn;

2.    met name rekening zal worden gehouden met het gestelde in bijlage 1 onder 1.2.7. en 1.10.