direct naar inhoud van Artikel 11 Leiding - Hoogspanning
Plan: Dronten - Golf Residentie
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0303.061106-0ONH

Artikel 11 Leiding - Hoogspanning

 

11. 1.    Bestemmingsomschrijving

De voor “Leiding - Hoogspanning” aangewezen gronden zijn, naast de an­dere voor die gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemmingen), tevens bestemd voor:

a.    een hoogspanningsleiding;

met de daarbijbehorende:

b.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

11. 2.    Bouwregels

11. 2. 1. In afwijking van het bepaalde bij de andere aangewezen bestemmingen mogen op of in deze gronden, geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de aanvullende bestemming.

11. 2. 2. In afwijking van het bepaalde bij de andere aangewezen bestemmin­gen mogen op of in deze gronden, geen risicogevoelige bouwwerken worden gebouwd.

11. 2. 3. Ten behoeve van deze aanvullende bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd.

11. 2. 4. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel:

-       de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten behoeve van de in lid 11.1. genoemde hoogspanningsleiding, ten hoogste 100,00 m bedragen.

11. 3.    Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

a.    de milieusituatie;

b.    de verkeersveiligheid;

c.    de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

11. 4.    Ontheffing van de bouwregels

11. 4. 1. Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van:

a.    het bepaalde in lid 11.2.1. en toestaan dat de in de basisbestemming genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits:

-       vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.

b.    het bepaalde in lid 11.2.2. en toestaan dat risicogevoelige bouwwerken worden gebouwd, mits:

-       vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.

11. 4. 2. Een ontheffing als bedoeld in lid 11.4.1. kan worden verleend mits:

-       geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken en/of aan het straat- en bebouwingsbeeld en niet leidt tot een onevenredige verstoring van natuurlijke waarden.

11. 5.    Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:

-       het permanent opslaan van goederen, indien de gronden zijn aangegeven voor hoogspanningsleiding.

11. 6.    Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, het plan wijzigen in die zin dat:

a.    de bestemming “Leiding – Hoogspanning” wordt verwijderd;

b.    de bestemming “Leiding – Hoogspanning” wordt aangebracht.