direct naar inhoud van Artikel 4 Recreatie
Plan: Dronten - Golf Residentie
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0303.061106-0ONH

Artikel 4 Recreatie

 

4. 1.       Bestemmingsomschrijving

De voor “Recreatie” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    voorzieningen op het gebied van sport, spel en recreatie, waaronder golfsport en buitensport;

met daaraan ondergeschikt:

b.    nutsvoorzieningen;

c.    natuurontwikkeling;

met de daarbijbehorende:

d.    groenvoorzieningen en bebossing;

e.    parkeervoorzieningen;

f.     wegen en paden;

g.    waterlopen en waterpartijen;

h.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

4. 2.       Bouwregels

4. 2. 1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

a.    de gebouwen zullen binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.    er zal uitsluitend worden gebouwd overeenkomstig de aanduidin­gen in het bouwvlak;

c.    in afwijking van het bepaalde onder a en b mogen schuilhutten buiten het bouwvlak worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels:

1.    de inhoud zal per schuilhut ten hoogste 25 m³ bedragen;

2.    de bouwhoogte van een schuilhut zal ten hoogste 3 m bedragen.

4. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

a.    de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen zal ten hoogste 2.00 m bedragen;

b.    de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde zal ten hoogste 5.00 m bedragen.

4. 3.       Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

a.    natuurontwikkeling;

b.    de milieusituatie;

c.    de verkeersveiligheid;

d.    de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

4. 4.       Ontheffing van de bouwregels

4. 4. 1. Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van:

-       het bepaalde in lid 4.2.2. sub b voor lichtmasten welke benodigd zijn voor een goede verlichting van wegen of recreatieve activiteiten tot een bouwhoogte van 10,00 m.

4. 4. 2. Een ontheffing als bedoeld in lid 4.4.1. kan worden verleend mits:

-       geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de be­stemming gegeven gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken en/of aan het straat- en bebouwingsbeeld en dit niet leidt tot een onevenredige lichthinder op de aangrenzende terreinen en/of een onevenredige verstoring van natuurlijke waarden.

4. 5.       Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detail­handel met uitzondering van detailhandel behorende bij sport, spel en/ of recreatie;

b.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van ho­reca met uitzondering van horeca behorende bij sport, spel en/ of recreatie;

c.    het gebruik van de onbebouwde gronden voor bedrijfsmatige opslag­doeleinden.

4. 6.       Aanlegvergunning

4. 6. 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

a.    het verwijderen van beplanting;

b.    het aanleggen of verharden van wegen, paden en parkeergele­genheden;

c.    het graven, dempen en het wijzigen van de loop van watergan­gen en waterpartijen;

d.    het afgraven, ophogen of egaliseren van de gronden.

4. 6. 2. Het in lid 4.6.1. vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:

a.    het normale onderhoud betreffen;

b.    reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

4. 6. 3. De in lid 4.6.1. genoemde vergunning kan slechts worden verleend in­dien:

a.    geen onevenredige schade wordt toegebracht aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van de omgeving;

b.    er sprake is van een goede landschappelijke integratie;

c.    de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig worden geschaad;

d.    de waterbeheerder aangaande de invloed op de waterhuishoudkundige aspecten een positief advies heeft gegeven.

4. 7.       Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, het plan wijzigen in die zin dat:

-       de bestemming “Recreatie” wordt gewijzigd in de bestemming “Wo­nen - 3” al dan niet in combinatie met de bestemmingen “Groen”, “Tuin”, “Verkeer - Verblijf”, en/of “Water”, mits:

1.    deze wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast ter plaatse van de aanduiding “Wro-zone - wijzigingsgebied 1”;

2.    uitsluitend ten hoogste 4 vrijstaande grondgebonden woningen worden gebouwd;

3.    de bouwhoogte van een hoofdgebouw ten hoogste 10,00 zal be­dragen;

4.    na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid voor de betref­fende gronden de regels van artikel 8 al dan niet in combinatie met de regels van respectievelijk de artikelen 3, 5, 6 en/of 7 van overeenkomstige toepassing zijn.