direct naar inhoud van Artikel 8 Wonen - 3
Plan: Dronten - Golf Residentie
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0303.061106-0ONH

Artikel 8 Wonen - 3

 

8. 1.       Bestemmingsomschrijving

De voor “Wonen - 3” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

-       het wonen en in samenhang daarmee voor de uitoefening van aan- huis-verbonden beroepen.

8. 2.       Bouwregels

8. 2. 1. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

a.    als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd;

b.    er zal uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd.

c.    een hoofdgebouw zal vrijstaand worden gebouwd;

d.    er zal worden gebouwd overeenkomstig de aanduidingen in het bouwvlak;

e.    de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens zal minimaal 4,00 m bedragen, tenzij reeds op een geringe afstand is gebouwd in welk geval de bestaande afstand bepalend is.

8. 2. 2. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

a.    er mogen uitsluitend aan- en uitbouwen en aan het hoofdgebouw gebouwde overkappingen worden gebouwd;

b.    de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en aan het hoofdgebouw gebouwde overkappingen per woning zal ten hoogste 60 m² bedragen, mits ten minste 50% van de oppervlakte van het erf onbebouwd blijft;

c.    de afstand van aan- en uitbouwen en aan het hoofdgebouw ge­bouwde overkappingen tot de zijdelingse perceelgrens zal mi­nimaal 1,00 m bedragen;

d.    de goothoogte van aan- en uitbouwen en aan het hoofdgebouw gebouwde overkappingen zal ten hoogste 3,00 m bedragen;

e.    de dakhelling van aan- en uitbouwen en aan- en hoofdgebouw ge­bouwde overkappingen zal ten hoogste 60° bedragen.

8. 2. 3. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

a.    de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel ten hoogste 1,00 m zal bedragen;

b.    de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 3,00 m bedragen.

8. 3.       Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

a.    een goede woonsituatie;

b.    de verkeersveiligheid;

c.    de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

8. 4.       Ontheffing van de bouwregels

8. 4. 1. Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van:

-       het bepaalde in lid 8.2.2. sub d en toestaan dat een grotere goot­hoogte wordt gerealiseerd tot maximaal de goothoogte van het hoofdgebouw.

8. 4. 2. Een ontheffing als bedoeld in lid 8.4.1. kan worden verleend mits:

-       het bouwkundige en/of functionele onderscheid ten opzichte van het hoofdgebouw behouden blijft en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken en/of aan het straat- en bebouwingsbeeld.

8. 5.       Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden anders dan ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep;

b.    het gebruik van gedeelten van de woning voor het uitoefenen van aan-huis-verbonden beroepen, indien:

1.    de hieruit voortvloeiende activiteiten vergunningplichtig zijn in het kader van de milieuwetgeving;

2.    het beroep niet wordt uitgeoefend door de bewoner van de wo­ning;

3.    de maximum oppervlakte meer bedraagt dan 40% van het vloer­oppervlak van de woning;

4.    de maximum bedrijfsvloeroppervlakte meer dan 60 m² bedraagt;

5.    parkeren niet op eigen erf plaatsvindt;

6.    horeca en detailhandel plaatsvinden.

8. 6.       Ontheffing van de gebruiksregels

Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van:

-       het bepaalde in lid 8.5. sub a voor het uitoefenen van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten als genoemd in de bij de regels behorende en in de bijlage opgenomen bedrijvenlijst, of die naar aard en invloed op de omgeving hiermee vergelijkbaar zijn, mits:

1.    de hieruit voortvloeiende activiteiten niet vergunningplichtig zijn in het kader van de milieuwetgeving;

2.    de bedrijfsvloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 40% van het vloeroppervlak van de woning tot een maximum van 60 m²;

3.    de activiteit uitgeoefend wordt door in ieder geval de bewoner van de woning;

4.    parkeren op eigen erf plaatsvindt; indien dit niet mogelijk is mag de parkeerdruk in de naaste omgeving als gevolg van de voorgenomen activiteit niet onevenredig toenemen;

5.    geen horeca en detailhandel plaatsvinden.