direct naar inhoud van Artikel 9 Wonen - Woonboerderij
Plan: Dronten - Golf Residentie
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0303.061106-0ONH

Artikel 9 Wonen - Woonboerderij

 

9. 1.       Bestemmingsomschrijving

De voor “Wonen - Woonboerderij” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

-       het wonen en in samenhang daarmee voor de uitoefening van aan huis-verbonden-beroepen.

9. 2.       Bouwregels

9. 2. 1. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

a.    als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden ge­bouwd;

b.    er zal ten hoogste één vrijstaand hoofdgebouw worden ge­bouwd;

c.    de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse en achterste perceelgrens zal minimaal 10,00 m bedragen;

d.    de afstand van de voorgevel van het hoofdgebouw tot de naar de weg gekeerde perceelgrens zal ten minste 15,00 m en ten hoogste 25,00 m bedragen;

e.    de inhoud van het hoofdgebouw zal ten hoogste 1.000 m³ bedra­gen;

f.     de goothoogte van het hoofdgebouw zal ten hoogste 7,00 m be­dragen;

g.    een hoofdgebouw zal zijn voorzien van een kap, waarvan de dak­helling ten minste 30° en ten hoogste zal 60° bedra­gen.

9. 2. 2. Voor het bouwen van bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappin­gen gelden de volgende regels:

a.    de bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen zullen ach­ter de naar de weg(en) gekeerde gevel(s) van het hoofdge­bouw dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd;

b.    de afstand van de bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen tot de zijdelingse perceelgrens zal ten minste 10,00 m bedragen;

c.    vrijstaande bijgebouwen zullen volledig binnen een afstand van 25,00 m vanuit het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw worden gebouwd;

d.    de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw zal ten hoog­ste 120 m² bedragen;

e.    de goothoogte van een bijgebouw, aan- of uitbouw en overkapping zal ten hoogste 3,50 m bedragen;

f.     de dakhelling van een bijgebouw, aan- of uitbouw en overkapping zal ten hoogste 60° bedragen

g.    de bouwhoogte van een bijgebouw, aan- of uitbouw en overkapping zal ten hoogste 8,00 m bedragen.

9. 2. 3. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

a.    de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal, voorzover gebouwd vóór de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan, ten hoogste 2 m² bedragen;

b.    de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen;

c.    de afstand van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de niet naar de weg gekeerde grenzen van het bestemmingsvlak zal ten minste 10,00 m bedragen.

9. 3.       Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

a.    de woonsituatie;

b.    de verkeersveiligheid;

c.    de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouw­werken.

9. 4.       Ontheffing van de bouwregels

9. 4. 1. Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van:

-       het bepaalde in lid 9.2.1. onder f en lid 9.2.2. onder e en toestaan dat de dakhelling van hoofd- en bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen wordt verhoogd tot ten hoogste 80°.

9. 4. 2. Een ontheffing als bedoeld in lid 9.4.1. kan worden verleend mits:

-       het bouwkundige en/of functionele onderscheid ten opzichte van het hoofdgebouw behouden blijft en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken, aan de woonsituatie en/of aan het straat- en bebouwingsbeeld.

9. 5.       Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden anders dan ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep;

b.    het gebruik van gedeelten van de woning voor het uitoefenen van aan-huis-verbonden beroepen, indien:

1.    de hieruit voortvloeiende activiteiten vergunningplichtig zijn in het kader van de milieuwetgeving;

2.    het beroep niet wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning;

3.    de maximum oppervlakte meer bedraagt dan 40% van het vloeroppervlak van de woning;

4.    de maximum bedrijfsvloeroppervlakte meer dan 60 m² bedraagt;

5.    parkeren niet op eigen erf plaatsvindt;

6.    horeca en detailhandel plaatsvinden;

c.    het gebruik van het woonhuis voor meer dan één woning;

d.    het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning;

e.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatieve doeleinden;

f.     het verwijderen van erfsingelbeplanting, indien het niet betreft het in ondergeschikte mate verwijderen in het kader van het normaal onderhoud van de erfsingelbeplanting;

g.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van agrarische bedrijfsactiviteiten;

h.    het gebruik van de gronden als erf, buiten een zone van 25,00 m vanaf de zij- en achtergevel(s) van de hoofdgebouwen.

9. 6.       Ontheffing van de gebruiksregels

Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van:

a.    het bepaalde in lid 9.5. sub a het uitoefenen van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten als genoemd in de bij de regels behorende en in de bijlage opgenomen bedrijvenlijst, of die naar aard en invloed op de omgeving hiermee vergelijkbaar zijn, mits:

1.    de hieruit voortvloeiende activiteiten niet vergunningplichtig zijn in het kader van de milieuwetgeving;

2.    de bedrijfsvloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 40% van het vloeroppervlak van de woning tot een maximum van 60 m²;

3.    het gebruik plaatsvindt binnen de woning;

4.    de activiteit uitgeoefend wordt door in ieder geval de bewoner van de woning;

5.    parkeren op eigen erf plaatsvindt;

6.    geen horeca en detailhandel plaatsvinden;

b.    het bepaalde in lid 9.5. sub e en toestaan dat de gronden en bouwwerken in combinatie met het wonen worden ge­bruikt voor logiesverstrekking ten behoeve van recreatieve bewoning, mits:

1.    de bedrijvigheid gekoppeld is aan het gebruik van het woonhuis en daaraan ondergeschikt is;

2.    de ruimtes voor logiesverstrekking in het woonhuis worden ondergebracht. Vestiging mag niet plaatsvinden in vrijstaande bijgebouwen;

3.    de vestiging geen onevenredige afbreuk doet aan de milieusituatie en ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven in de directe omgeving;

4.    er niet meer dan drie appartementen per woonhuis worden gevestigd.

9. 7.       Aanlegvergunning

9. 7. 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

-       het wijzigen van de grondsamenstelling en/of het aanbrengen van voorzieningen, waaronder afschermende materialen, ten behoeve van de aanleg van paardrijbakken en/of tennisbanen.

9. 7. 2. Het in lid 9.7.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die:

a.    het normale onderhoud betreffen;

b.    reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

9. 7. 3. De in lid 9.7.1. genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien:

a.    uitsluitend sprake is van het eigen hobbymatige gebruik;

b.    realisatie plaatsvindt op of direct aansluitend aan een eigen erf bij de woning;

c.    de paardrijbak en/of de tennisbaan landschappelijk aanvaardbaar en inpasbaar is en zoveel mogelijk uit het zicht van de openbare weg worden gesitueerd;

d.    geen hinder (geur, geluid, licht en stof) veroorzaakt voor nabijgelegen woningen van derden (minimale afstand 50 m).