direct naar inhoud van Artikel 16: Recreatie - Kampeerterrein
Plan: Dronten - Randmeerzone (8060)
Status: Ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0303.8060-ON03

Artikel 16: Recreatie - Kampeerterrein

16.1. Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Kampeerterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. standplaatsen voor kampeermiddelen met uitzondering van plaatsgebonden kampeermiddelen;
  • b. standplaatsen voor kampeermiddelen met inbegrip van plaatsgebonden kampeermiddelen en daarbijbehorende bijgebouwen, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie -plaatsgebonden kampeermiddelen';
  • c. gebouwen, voorzover ten dienste van het kampeerterrein;
  • d. trekkershutten, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - trekkershutten';
  • e. waterkering;
  • f. waterhuishoudkundige doeleinden;

waarbij de instandhouding van de natuurlijke en landschappelijke waarden wordt nagestreefd;

en mede bestemd voor:

  • g. het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten vanwege een weg, ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - weg';
  • h. de bescherming van de grondwaterkwaliteit, ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied';
  • i. de bescherming, ophoging, verbreding en verbetering van het doelmatig en veilig functioneren van de nabijgelegen waterkering, ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - dijk';

met de daarbijbehorende:

  • j. aanleggelegenheid;
  • k. wegen en paden;
  • l. parkeervoorzieningen;
  • m. tuinen, erven en terreinen;
  • n. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
16.2. Bouwregels
16.2.1. Gebouwen ten dienste van een kampeerterrein

Voor het bouwen van de in lid 16.1 onder c genoemde gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. als gebouw mogen uitsluitend de in lid 16.1 onder c genoemde gebouwen worden gebouwd, waarbij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwklasse 1', 'specifieke bouwaanduiding - bouwklasse 2' per aanduiding de volgende voorzieningen mogen worden gebouwd:

aanduiding   toegestane voorzieningen  
(sba - b1)   sanitaire voorzieningen
onderhoud en beheer  
(sba - b2)   sanitaire voorzieningen
onderhoud en beheer
dienstverlening
sport- en recreatieve voorzieningen
horeca
detailhandel
één bedrijfswoning met de
daarbijbehorende bijgebouwen, aan- en
uitbouwen en overkappingen, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfwoning'  

  • b. indien ter plaatse de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven, zal het bebouwingspercentage van een bestemmingsvlak ten hoogste het in de aanduiding aangegeven percentage bedragen;
  • c. de bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen zullen achter de naar de weg(en) gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoning dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd;
  • d. de maatvoering van een gebouw zal voorts voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:

Functie van een gebouw   Maximale
oppervlakte/inhoud  
Goothoogte in m   Dakhelling
in °  
Bouwhoogte in m  
  per gebouw   gezamenlijk   max.   min.   max.   max.  
sanitair en onderhoud en beheer   50 m²   -   -   -   -   3,00  
overige bedrijfsgebouwen   -   -   3,00   -   60   6,00  
bedrijfswoning   1.000 m³   -   6,00   30   60   9,00  
bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning   -   120 m²   3,50   -   60   8,00  

  • e. het bepaalde onder d ten aanzien van de oppervlakte per gebouw voor sanitair en onderhoud en beheer is niet van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende oppervlakteregeling'.
16.2.2. Plaatsgebonden kampeermiddelen

Voor het plaatsen van plaatsgebonden kampeermiddelen en daarbijbehorende bijgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van een plaatsgebonden kampeermiddel zal ten hoogste 3,60 m bedragen;
  • b. het aantal bouwlagen van een plaatsgebonden kampeermiddel en daarbijbehorende bijgebouwen zal ten hoogste één bedragen;
  • c. de gezamenlijke oppervlakte voor standplaatsen voor plaatsgebonden kampeermiddelen met inbegrip van de daarbijbehorende bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 15% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak bedragen;
  • d. in afwijking van het gestelde onder c geldt ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - afwijkende oppervlakteregeling 2" dat de gezamenlijke oppervlakte voor plaatsgebonden kampeermiddelen met inbegrip van de daarbijbehorende bijgebouwen en overkappingen niet meer dan 15% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak mag bedragen;
  • e. de oppervlakte van de plaatsgebonden kampeermiddelen met inbegrip van de daarbijbehorende bijgebouwen en overkappingen zal ten hoogste 70 m² bedragen;
  • f. per plaatsgebonden kampeermiddel zal ten hoogste één bijgebouw worden gebouwd;
  • g. de bouwhoogte van een bijgebouw zal ten hoogste 3,00 m bedragen.
16.2.3. Trekkershutten

Voor het bouwen van trekkershutten gelden de volgende regels:

  • a. het aantal trekkershutten zal ten hoogste 10 bedragen;
  • b. de oppervlakte van een trekkershut zal ten hoogste 30 m² bedragen;
  • c. de bouwhoogte van een trekkershut zal ten hoogste 3,60 m bedragen.
16.2.4. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 3,00 m bedragen;
  • b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 20,00 m bedragen.
16.3. Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. de natuurlijke en landschappelijke waarden;
  • b. een goede waterhuishouding c.q. de waterkerende functie;
  • c. de verkeersveiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
16.4. Afwijken van de bouwregels

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 16.2.2 onder a in die zin dat de bouwhoogte van een plaatsgebonden kampeermiddel wordt vergroot tot ten hoogste 8,00 m, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het recreatieve karakter van het betreffende recreatiecomplex.

16.5. Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de uitoefening van zelfstandige detailhandel en horeca;
  • b. het gebruik van de buitendijkse gronden als standplaats voor kampeermiddelen, met inbegrip van plaatsgebonden kampeermiddelen, buiten de periode van 1 april tot en met 31 oktober;
  • c. het gebruik van de gronden ter plaatse voorzien van de aanduiding "maximum aantal kampeerplaatsen" voor meer dan het ter plaatse van die aanduiding genoemde aantal kampeermiddelen;
  • d. het gebruik van de gebouwen en kampeermiddelen, met uitzondering van bedrijfswoningen, voor permanente bewoning.
16.6. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
16.6.1. Vergunningplicht

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:

  • a. het verwijderen van beplanting;
  • b. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen;
  • c. het graven, het dempen en het wijzigen van de loop van watergangen en waterpartijen;
  • d. het afgraven, ophogen en/of egaliseren van gronden;
  • e. het opspuiten of aanleggen van eilanden en voorlanden.
16.6.2. Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 16.6.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die:

  • a. het normale onderhoud betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
16.6.3. Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, alsmede de waterkerende functie.