direct naar inhoud van Artikel 20: Recreatie - Verblijfsrecreatie 4
Plan: Dronten - Randmeerzone (8060)
Status: Ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0303.8060-ON03

Artikel 20: Recreatie - Verblijfsrecreatie 4

20.1. Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. recreatiewoningen;
  • b. aanbouwen of bijgebouwen bij recreatiewoningen;
  • c. standplaatsen voor kampeermiddelen met inbegrip van plaatsgebonden kampeermiddelen en daarbijbehorende bijgebouwen en overkappingen;
  • d. bedrijfswoningen;
  • e. bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen;
  • f. gebouwen, voorzover ten dienste van de verblijfsrecreatie;

en mede bestemd voor:

  • g. het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten vanwege een weg, ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - weg';

met de daarbijbehorende:

  • h. wegen en paden;
  • i. parkeervoorzieningen;
  • j. tuinen, erven en terreinen;
  • k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
20.2. Bouwregels
20.2.1. Recreatiewoningen

Voor het bouwen van recreatiewoningen gelden de volgende regels:

  • a. het gezamenlijke aantal aan recreatiewoningen zal ten hoogste 250 bedragen;
  • b. er mogen uitsluitend aangebouwde en/of geschakelde recreatiewoningen worden gebouwd;
  • c. het aantal aaneen te bouwen recreatiewoningen zal ten hoogste 4 bedragen;
  • d. de oppervlakte van een recreatiewoning zal ten hoogste 80 m² bedragen;
  • e. de bouwhoogte van een recreatiewoning zal ten hoogste 6,00 m bedragen.
20.2.2. Aanbouwen en bijgebouwen bij recreatiewoningen

Voor het bouwen van aanbouwen of bijgebouwen bij een recreatiewoning gelden de volgende regels:

  • a. per recreatiewoning zal ten hoogste één aanbouw of bijgebouw worden gebouwd;
  • b. de oppervlakte van een aanbouw of bijgebouw zal ten hoogste 6 m² bedragen;
  • c. de bouwhoogte van een aanbouw of bijgebouw zal ten hoogste 3,00 m bedragen.
20.2.3. Plaatsgebonden kampeermiddelen

Voor het plaatsen van plaatsgebonden kampeermiddelen en daarbijbehorende bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van een plaatsgebonden kampeermiddel zal ten hoogste 3,60 m bedragen;
  • b. het aantal bouwlagen van een plaatsgebonden kampeermiddel en daarbijbehorende bijgebouwen en overkappingen zal ten hoogste één bedragen;
  • c. de gezamenlijke oppervlakte voor plaatsgebonden kampeermiddelen met inbegrip van de daarbijbehorende bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 15% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak bedragen;
  • d. de oppervlakte van de plaatsgebonden kampeermiddelen met inbegrip van de daarbijbehorende bijgebouwen en overkappingen zal ten hoogste 70 m² bedragen;
  • e. per plaatsgebonden kampeermiddel zal ten hoogste één bijgebouw worden gebouwd;
  • f. de bouwhoogte van een bijgebouw zal ten hoogste 3,00 m bedragen.
20.2.4. Overige gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van de in lid 20.1 sub d tot en met f bedoelde functies gelden de volgende regels:

  • a. er mogen ten hoogste drie bedrijfswoningen worden gebouwd;
  • b. het bebouwingspercentage van het bestemmingsvlak zal ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven percentage bedragen;
  • c. de bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen zullen achter de naar de weg(en) gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoning dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd;
  • d. de maatvoering van een gebouw zal voorts voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:

Functie van een gebouw   Maximale
oppervlakte/inhoud  
Goothoogte in m   Dakhelling
in °  
Bouwhoogte in m  
  per gebouw   gezamenlijk   max.   min.   max.   max.  
bedrijfsgebouw   -   -   -   -   -   10,00  
bedrijfswoning   1.000 m³   -   6,00   30   60   9,00  
bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning   -   120 m²   3,50   -   60   8,00  
20.2.5. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 3,00 m bedragen;
  • b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 20,00 m bedragen.
20.3. Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. de natuurlijke en landschappelijke waarden;
  • b. een goede waterhuishouding c.q. de waterkerende functie;
  • c. de verkeersveiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
20.4. Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de uitoefening van zelfstandige detailhandel en horeca;
  • b. het gebruik van gebouwen en kampeermiddelen voor permanente bewoning, met uitzondering van de bedrijfswoningen;
  • c. gebruik van de gronden en bouwwerken anders dan ten behoeve van een bedrijfsmatige exploitatie.