direct naar inhoud van Artikel 26: Water
Plan: Dronten - Randmeerzone (8060)
Status: Ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0303.8060-ON03

Artikel 26: Water

26.1. Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. vaarten, tochten, sloten en daarmee gelijk te stellen waterlopen ten behoeve van de wateraanvoer en -afvoer, de waterberging, het behoud en de ontwikkeling van de natuurlijke waarden, het vervoer te water en de recreatievaart;
  • b. water ten behoeve van de dagrecreatie;
  • c. kaden, dijken, (duurzame) oeverstroken en oeverbescherming;
  • d. bruggen, dammen, duikers, stuwen, aanlegsteigers, hevels en sluizen;
  • e. paden;
  • f. recreatief medegebruik;

en mede bestemd voor:

  • g. het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten vanwege een spoorweg, ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - spoor';
  • h. het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten vanwege een weg, ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - weg';
  • i. de bescherming van de grondwaterkwaliteit, ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied';
  • j. de bescherming, ophoging, verbreding en verbetering van het doelmatig en veilig functioneren van de nabijgelegen waterkering, ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - dijk';

met de daarbijbehorende:

  • k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder kunstobjecten.
26.2. Bouwregels
26.2.1. Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

26.2.2. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel:

  • de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 10,00 m bedragen.
26.3. Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een goede woonsituatie;
  • b. de milieusituatie;
  • c. de verkeersveiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
26.4. Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van de gronden als permanente ligplaats voor vaartuigen en/of woonschepen;
  • b. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.