direct naar inhoud van Artikel 28: Water - Waterkering
Plan: Dronten - Randmeerzone (8060)
Status: Ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0303.8060-ON03

Artikel 28: Water - Waterkering

28.1. Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water - Waterkering' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. werken ten behoeve van de waterkering, waarbij het behoud van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden wordt nagestreefd;
  • b. wegen en paden;

met daaraan ondergeschikt:

  • c. havens;
  • d. het extensief agrarisch medegebruik;
  • e. het extensief dagrecreatief medegebruik
  • f. zandwinning, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - zandwinning';
  • g. gebouwen, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gemaal';
  • h. aanleggelegenheid, ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats';
  • i. standplaatsen ten behoeve van snack-kiosken, ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel';

en mede bestemd voor:

  • j. het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten vanwege een weg, ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - weg';
  • k. de bescherming van de grondwaterkwaliteit, ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied';
  • l. de drinkwaterwinning, de drinkwaterproductie en de drinkwaterdistributie, ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - waterwingebied';
  • m. de bescherming van het doelmatig en veilig functioneren van de nabijgelegen weg, ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg';

met de daarbijbehorende:

  • n. terreinen;
  • o. water;
  • p. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, duikers en/of dammen, alsmede kunstwerken.
28.2. Bouwregels
28.2.1. Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gemaal' mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van de waterhuishouding worden gebouwd;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gemaal' mag ten hoogste één gebouw worden gebouwd;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gebouw' mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van opslag en een steunpunt worden gebouwd;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gebouw' mag ten hoogste één gebouw worden gebouwd;
  • e. de bouwhoogte van een gebouw, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gemaal', zal ten hoogste 20,00 m bedragen;
  • f. de goothoogte van een gebouw, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gebouw', zal ten hoogste 3,50 m bedragen;
  • g. de bouwhoogte van een gebouw, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gebouw', zal ten hoogste 7,00 m bedragen.
28.2.2. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel:

  • de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 10,00 m bedragen.
28.3. Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. de waterkerende functie;
  • b. de landschappelijke en cultuurhistorische waarden;
  • c. de verkeersveiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
28.4. Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
  • b. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de uitoefening van detailhandel, met uitzondering van de gronden ter plaatse voorzien van de aanduiding 'detailhandel', in welk geval per aanduidingsvlak één standplaats voor een snack-kiosk is toegestaan.
28.5. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
28.5.1. Vergunningplicht

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:

  • a. het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van dijken en aarden wallen;
  • b. het planten van bomen en struiken;
  • c. het dempen en graven van waterlopen;
  • d. het verwijderen en aanbrengen van verhardingen, waaronder wegen en paden.
28.5.2. Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 28.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die:

  • a. het normale onderhoud betreffen dan wel plaatsvinden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - zandwinning';
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
28.5.3. Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien:

  • a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan waterkerende functie, alsmede de natuurlijke en landschappelijke waarden;
  • b. vooraf advies is ingewonnen van de beheerder van de waterkering.