direct naar inhoud van Artikel 7: Bos
Plan: Dronten - Randmeerzone (8060)
Status: Ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0303.8060-ON03

Artikel 7: Bos

7.1. Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bosbouw;
  • b. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden van het bosgebied;
  • c. extensief dagrecreatief medegebruik en educatief medegebruik;
  • d. volkstuinen, ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin';

en mede bestemd voor:

  • e. het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten vanwege een spoorweg, ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - spoor';
  • f. het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten vanwege een weg, ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - weg';
  • g. de bescherming van de grondwaterkwaliteit, ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied';
  • h. de drinkwaterwinning, de drinkwaterproductie en de drinkwaterdistributie, ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - waterwingebied';
  • i. de bescherming, ophoging, verbreding en verbetering van het doelmatig en veilig functioneren van de nabijgelegen waterkering, ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - dijk';
  • j. de bescherming van het doelmatig en veilig functioneren van de nabijgelegen weg, ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg';

met daaraan ondergeschikt:

  • k. infrastructurele voorzieningen;
  • l. openbare nutsvoorzieningen;
  • m. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • n. sloten, vijvers, en daarmee gelijk te stellen water;
  • o. parkeervoorzieningen;

met de daarbijbehorende:

  • p. gebouwen, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gebouw' en 'volkstuin';
  • q. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
7.2. Bouwregels
7.2.1. Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gebouw' zal uitsluitend één gebouw ten behoeve van de in lid 7.1 onder a tot en met c genoemde functies worden gebouwd;
  • b. de goothoogte van het onder a genoemde gebouw zal ten hoogste 3,00 m bedragen;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' gelden voor gebouwen de volgende regels:
    • 1. de oppervlakte van de gebouwen zal per volkstuin ten hoogste 10% van de oppervlakte van een volkstuin bedragen;
    • 2. de oppervlakte zal per gebouw ten hoogste 10 m² bedragen;
    • 3. de goothoogte zal per gebouw ten hoogste 2,50 m bedragen.
7.2.2. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel:

  • de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
7.3. Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
7.4. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.4.1. Vergunningplicht

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:

  • a. het aanbrengen van paden en/of andere oppervlakteverhardingen;
  • b. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het dagrecreatief medegebruik en/of het educatief medegebruik;
  • c. het ontgronden, afgraven, ophogen en/of egaliseren van de gronden;
  • d. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse energie-, transport- en/of communicatieleidingen.
7.4.2. Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 7.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die:

  • a. het normale onderhoud betreffen;
  • b. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer van de grond;
  • c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
7.4.3. Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend met inachtneming van het gestelde in Bijlage 1, met name het gestelde in Bijlage 1 onder 1.5.1., alsmede indien de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden van het bosgebied niet in onevenredige mate worden of kunnen worden aangetast als gevolg van de directe of de indirect te verwachten gevolgen van de in lid 7.4.1. genoemde werken of werkzaamheden.